
Tien jaar. Zó lang sleepten de klachten zich al voort. Een week lang niet kunnen eten, ondraaglijke pijn en nachten zonder slaap. Tien jaar lang bleef mijn huisarts volhouden dat het “gewoon een beetje maagzuur” was of dat mijn “hormonen niet in balans waren”. Jaar in, jaar uit leefde ik met die onvoorspelbare aanvallen, waarbij sterke pijnstillers op jonge leeftijd al nodig waren. Al die tijd werd ik niet geloofd en dus ook nooit verder onderzocht.
“Het zijn vast je hormonen”, een uitspraak die helaas veel vrouwen van artsen en specialisten te horen krijgen. Pas als het helemaal misgaat, lijkt men je te geloven.
Dat het eerst mis moet gaan voordat je geholpen wordt, bleek wel. In februari kreeg ik een aanval; in tegenstelling tot eerder, ging deze niet meer weg. De pijn werd ondraaglijk, mijn lichaam raakte ondervoed en uitgeput. Begin april belandde ik in het ziekenhuis. Daar werd ik eindelijk geholpen tegen de pijn. Er werd gestart met sondevoeding om mijn verzwakte lichaam te laten herstellen. Ik was in twee maanden tijd bijna 20 kilo afgevallen.
In de twee maanden die volgden bleef de pijn aanwezig en er werden verschillende onderzoeken uitgevoerd. Uiteindelijk kwam daar het verlossende antwoord: Je hebt chronische pancreatitis (chronische alvleesklierontsteking). Een diagnose die enerzijds een opluchting was na al die jaren van onzekerheid, maar ook een klap in het gezicht: dit zou nooit meer overgaan.
In juni gebeurde het opnieuw. Een nieuwe aanval, opnieuw opgenomen in het ziekenhuis vanwege de hevige ontsteking en pijn. Toen besefte ik het pas echt: dit is een ziekte voor het leven. “Dit gaat nog veel vaker gebeuren en gaat mijn leven voorgoed veranderen.”
En dat doet het ook zeker. Maar je hebt altijd een keuze: wegzakken in het negatieve, of het positieve blijven zoeken. Genieten van de kleine dingen, doen wat je leuk vindt en je omringen met mensen die je energie geven. In zo’n periode leer je wie er echt voor je zijn en op wie je kunt bouwen. Je leert ook dat het oké is om het af en toe zwaar te hebben: om te huilen, om stil te staan bij hoe ver je al gekomen bent. Maar één ding is in al die tijd nooit veranderd: mijn positieve mindset. Natuurlijk is het niet altijd mogelijk om alles rooskleurig te zien, maar alleen al door het te proberen, ben je al op de helft. In deze periode heb ik veel gemist: school, sporten, festivals, feestjes en heel veel andere leuke dingen. Dit geeft mij de reden om van alle kleine dingen te genieten, en als je iets leuks kan gaan doen, je dat ook zeker moet doen. Je weet maar nooit wanneer je je weer slecht gaat voelen.
Tien jaar klachten. Een heftige periode, die misschien voorkomen had kunnen worden, als men mij als jonge vrouw serieus had genomen. En ik weet dat ik niet de enige ben. Dit verhaal geldt voor zó veel jonge vrouwen. Het is pijnlijk om te zien dat we vaak niet worden geloofd, dat alles zo makkelijk op “hormonen” wordt gegooid. Ik hoop dat er ooit een echte verandering komt. Dat jonge vrouwen wél serieus genomen worden. Tot die tijd: sta sterk in je schoenen, blijf vechten voor je diagnose en geef nooit op.