
Iedereen kent het wel. Dat je ‘s ochtends vroeg voor werk of school je tanden staat te poetsen. Haren in de war, pyjama half scheef om je lichaam. Je kijkt in de spiegel en je schrikt van je eigen spiegelbeeld en je denkt: “Wow, wat zie ik er niet uit. Ik herken mezelf bijna niet.” Dit gevoel heb ik ook gehad, maar niet zoals je zou denken. Wanneer ik keek in de spiegel met twee lege ogen, met hangende wallen die zowat mijn wangen aanraakten, dan schrok ik, omdat ik dacht dat er een persoon naast me stond. Het is niet dat ik mezelf niet herkende. Nee, ik stond buiten mijn eigen lichaam mee te kijken via een tv-scherm naar deze scène. Een hele lange periode heb ik me op deze manier gevoeld en geleefd.
Ik keek elke dag dezelfde serie met een nieuwe aflevering over een meisje dat de hoop op zichzelf en het leven had opgegeven. Elke dag weer hetzelfde verhaal. Wekker gaat om 6:00 uur. Ik ben minstens al een half uur eerder wakker. Ik zet mijn wekker uit. Het enige wat in mijn hoofd speelt, voordat ik eindelijk mijn bed uit kwam was: “Ik kan niet meer.” Het pijnlijkste gevoel was dat ik compleet alleen was. Hoe kan het dat ik zoveel pijn heb en het lijkt alsof niemand het kan zien. Ik wou schreeuwen van de daken: “Zie je niet hoeveel pijn ik heb!? Is er dan echt niemand die het kan zien!?” Maar dat deed ik niet. Ik was te bang dat alles zou veranderen wanneer ik mijn lelijke pijn aan de buitenwereld zou laten zien. Dus ik wachtte en wachtte maar, totdat er uiteindelijk een helpende hand kwam.
Het probleem was dat ik blind was. Ik stond zo buiten mijn eigen lichaam en de pijn was zo overweldigend, dat niks binnenkwam. Alle tekenen van de mensen om mij heen die zich zorgen maakten en probeerden het gemakkelijker voor mij te maken, zag ik niet. Want desondanks durfde niemand aan mij te vragen: “Wat is er nou aan de hand? Ik zie dat het slecht met je gaat.” Zij waren ook allemaal bang. Dat ze me niet genoeg ruimte gaven en me alleen weg zouden duwen als ze te dicht op me zaten. Zij wachtten ook totdat ik mijn hand uitstak zodat ze die konden grijpen.
Al die tijd geloofde ik dat ik er niet mocht zijn. Ik verdiende het niet om gelukkig te zijn. Het leven is niet gemaakt voor mij. Het lastigste wat ik ooit heb gedaan is realiseren dat ik wél gelukkig mag zijn. Dat het zo niet verder kan en dat ik mijn eigen helpende hand zal moeten worden. Dit is niet van de ene op de andere dag gebeurd. Het heeft mij jarenlang gekost van veel pijn en verdriet; dat ik er zo gek van werd, dat ik er boos om werd. Die woede zorgde er juist voor dat er kracht van mij naar boven kwam. Ik was boos op de wereld, op de mensen om mij heen en op mezelf: “Ik heb nu zoveel geleden, als ik nu opgeef is al die pijn voor niets geweest. Nu opgeven is geen optie meer. Ik ga het een laatste kans geven en het maakt me niet uit hoe lang en hoe zwaar het wordt. Ik ben met deze eindeloze pijn klaar.”
Als je me nu vraagt hoe ik het precies gedaan heb, kan ik je helaas geen concreet antwoord geven. Die periode is een grote waas voor mij. Het enige wat ik me ervan kan herin-neren, is dat ik mijn automatische knop aanzette. Alle han-delingen die ik deed, deed ik zonder erbij na te denken. Alles om mijn hoofd zo min mogelijk de kans te geven om herin-nerd te worden aan de constante pijn. Als ik er niet bij na hoef te denken, kan ik niet per ongeluk struikelen over mijn gedachten. Ik had wel de eerste stap gezet, maar zonder mijn familie, vrienden en psycholoog zou de weg naar geluk een stuk moeilijker geweest zijn. Ondanks dat bezorgdheid en liefde niet helemaal bij mij binnenkwamen, lukte het hen door mijn waas heen te breken en me met beide voeten op de grond te zetten. Ik ben en was nooit alleen. Ik zag het alleen soms niet. De mensen om mij heen staan me wel te steunen en toe te juichen. Ook zij hebben pijn en verdriet meegemaakt. Ik ben niet de enige. Ik ben niet gek.
Nu voor het eerst in mijn leven durf ik te zeggen dat ik gelukkig ben. Ja, nog steeds huil ik soms een hele dag. Ja, nog steeds heb ik dagen dat ik het niet zie zitten, en dat ik het van de daken wil uitschreeuwen. Maar dat gevoel heb ik niet meer elke dag en als ik het voel, weet ik nu dat ik er eerder mee heb kunnen omgaan. Het is me al een keer gelukt om hieruit te komen. Deze keer zal het echt niet anders zijn.
Ik geloof nu wel in mezelf en ik heb vertrouwen in mezelf gekregen door deze hele reis. Dus ja, ik ben niet elke dag gelukkig. Ik ben niet elke dag blij. Maar ik ben trots op waar ik nu ben. Ik heb ervoor gevochten en nog steeds vecht ik ervoor. Nu heb ik ook dagen dat ik lach, dat ik blij ben en vooral dat ik met bewondering naar mezelf kan kijken: “Dat heb ik wel allemaal zelf gedaan”.
Als er een boodschap is die ik kan geven aan iedereen wanneer ze zien dat het met iemand slecht gaat. Zeg er wat van. Neem die persoon onder vier ogen en zeg: “Ik zie dat het slecht gaat, je lacht niet meer, je bent niet de persoon die ik kende. Wat is er aan de hand?” Laat ze niet in hun pijn drijven. Durf die helpende hand te zijn en ze uit het water te trekken, zodat ze zelf hun weg naar huis kunnen vinden!