
Van duisternis naar licht: mijn bevrijding door geloof
Achter gesloten deuren bestond een wereld die niemand zag. Voor de buitenwereld was hij charmant, charismatisch. Dé perfecte man. Maar binnen die muren was ik zijn prooi. Ik wist nooit welke versie van hem ik zou krijgen. De man die me liefdevol in zijn armen hield, of de man die me tegen de muur sloeg totdat de kamer zwart werd voor mijn ogen. De achterkant van je hoofd ziet niemand en dat wist hij. Aan mijn haar over de grond gesleurd worden, bijna dood gewurgd worden. Het was me niet meer vreemd, maar dat was niet het ergste. Het waren zijn woorden. Als een mes in mijn ziel: “Je bent niets waard. Niemand wil je. Zelfs je eigen familie walgt van je.” Zijn stem was als een gif dat langzaam in mijn geest sloop, dag na dag, totdat ik het begon te geloven. Totdat ik mezelf niet meer in de spiegel kon aankijken zonder die woorden in mijn hoofd te horen. Ik leefde in een kooi zonder tralies, gebonden door angst en een verwrongen idee van liefde. En niemand zag het.
Telkens weer kwamen de beloftes: “Als je zwanger bent, wordt alles beter. Ik wil gewoon heel graag vader zijn, daarom reageer ik zo.” Maar het veranderde niets. Na de zwangerschap kwam het geweld net zo snel weer terug. Ik raakte steeds verder weg van mezelf, tot op een punt dat ik geen uitweg meer zag. Tijdens mijn tweede zwangerschap deed ik een zelfmoordpoging. De politie bonkte mijn deur in en ik werd gered. Op dat moment wist ik dat het niet zomaar toeval was. Ik voelde iets dat groter was dan mezelf. Die dag begon ik te bidden. Na de geboorte van mijn tweede zoon voelde ik een onverklaarbare kracht die me iedere zondag naar de kerk trok. Ik begreep het nog niet, maar ik wist: ik moet daar zijn. Een paar maanden later, bij een bevrijdingsdienst, gebeurde het. Er werd voor me gebeden en ik viel achterover op de grond. Ik kon niet bewegen, alsof doorzichtige touwen mij aan de vloer vastbonden. Binnenin mij woedde een storm die ik niet begreep. Ik schreeuwde, niet uit eigen wil, maar omdat iets uit mij werd gerukt. Iets dat niet van mij was. De duisternis gaf mij niet zomaar op. Maar God had een ander plan. Waar ik jarenlang vastzat in angst, manipulatie en controle, begonnen ketenen te breken. Ik werd bevrijd. Niet alleen mentaal, niet alleen emotioneel, maar diep in mijn ziel. De macht van de duisternis had geen grip meer op mij, want Jezus had mij vrijgemaakt. Toch was de strijd nog niet voorbij.
Een paar weken later moest ik opnieuw vechten. Dit keer in de fysieke wereld. Toen ik definitief besloot te breken met het verleden, sloeg de dreiging genadeloos om zich heen. Zijn grip op mij verslapte en dat maakte hem gevaarlijker dan ooit. De doodsbedreigingen kwamen en instanties waarschuwden: jullie zijn in acuut gevaar. Intieme femicide werd een nieuw begrip in mijn vocabulaire. Er werd gesproken over een spoedondertoezichtstelling, over een uithuisplaatsing. Alles raasde om mij heen. Dit was geen keuze meer. Dit was een gevecht om vrijheid. Niet alleen voor mij, maar voor mijn kinderen. Vechten om uit zijn greep te ontsnappen, én uit het gevaar dat op de loer lag van instanties. Dit keer wist ik: ik ben sterk genoeg. Niet omdat ik zelf zoveel kracht had, maar omdat ik voelde dat God in mij was. We vluchtten ver weg en bleven wekenlang ondergedoken. God had mij klaargemaakt voor dit moment. Hij had de banden losgemaakt, zodat ik kon wegrennen, zonder ooit nog achterom te kijken. Nu leef ik in het licht. Waar ik ooit werd gebroken, ken ik nu heling. Waar ik me ooit verstopte, durf ik nu weer mezelf te zijn. Ik ben een dochter van de Allerhoogste, veilig in Zijn armen, en niets of niemand kan mij daar ooit nog van scheiden.
“Maak u nergens zorgen over, maar bid voor alles en vraag God wat u nodig hebt, dankbaar voor alles wat Hij doet. Dan zult u de vrede van God ervaren, een vrede die ons menselijk besef te boven gaat.” – Filippenzen 4:6-7.