Kadeem (1996)

Drie jaar geleden zat ik nietsvermoedend met mijn vrienden op een terras. Een gewone middag met zon op mijn gezicht en stemmen om mij heen. Mijn ogen begonnen te prikken en ik dacht dat iemand in mijn buurt een sigaret had aangestoken. Een klein ongemak, niets bijzonders. Tot er plots iets in mijn hoofd knapte. Geen pijn, maar een vreemd gevoel, alsof een minuscuul belletje uiteenspatte. Plop.

Met dat ene plopje kantelde de wereld. Duizeligheid overspoelde me en mijn lichaam gehoorzaamde niet meer zoals het hoorde. Met gekleide, bijna dronken bewegingen strompelde ik naar het toilet voor wat water. Hier ben ik blijven staan terwijl ik me langzaam beter begon te voelen. Dertig minuten later verlieten we het terras en het nare gevoel was grotendeels weggetrokken. Het enige dat bleef hangen was een verlies van kracht en coördinatie in mijn armen en benen.

Die avond ging ik naar de huisartsenpost. De diagnose was snel gesteld: migraine. Het advies luidde eenvoudig: “Kijk het even aan.” Ik had de waarschuwing moeten herkennen, want nog geen maand later ging het mis. Na een geslaagde danswedstrijd reed ik met een collega mee naar huis. Mijn hoofd bonkte en mijn ogen prikten opnieuw. Ik vertelde hem over die eerdere “migraine” en dat ik voelde dat er weer eentje opkwam. Hopelijk geen nieuwe gewoonte, zei ik nog, want prettig was het allerminst. Ik sloeg een drankje bij hem thuis af en fietste meteen door naar huis.

Onderweg vloog ik met mijn fiets de bocht uit. Nog steeds zonder pijn of alarmbellen. “Het stuur zal wel kapot zijn”, dacht ik. Braaf volgde ik opnieuw het advies om het aan te kijken. Toch belde ik, uit voorzorg, een vriend met de vraag of hij bij mij kon blijven slapen. Toen ik opstond, was mijn hele linkerkant verlamd. Met zijn hulp belandde ik in het ziekenhuis. Het voelde overdreven: al die commotie om een migraineaanval. Tot de MRI-scan iets anders liet zien: een tweede herseninfarct. Op dat moment zakte de vloer onder me vandaan, al begreep ik nog nauwelijks wat de werkelijke impact zou zijn.

Na talloze onderzoeken, zonder conclusie, begon ik mijn revalidatie. Gewapend met bloedverdunners en cholesterolverlagers, maar vooral met doorzettings-vermogen, optimisme en motivatie om mijn oude leven weer op te pakken. Al ontdekte ik later dat dit nooit meer zou gebeuren. Hersenletsel is permanent, en sommige klachten verdwijnen nooit volledig. Toch bestaan er manieren om opnieuw vorm te geven aan wat er wél is.

In de eerste weken leerde ik opnieuw lopen en fietsen. Stap voor stap, val na val, tot ik weer bijna liep zoals ieder ander. Later volgden de kleine dingen: bestek vasthouden, knopen sluiten, piano spelen. Ik boekte grote vooruitgang, en juist daarin schuilde een valkuil. Ik wilde herstellen tot een punt waarop niemand meer zou zien dat er ooit iets mis was geweest. Maar dat betekende ook dat ik een onzichtbare strijd bleef voeren tegen mijn eigen lichaam. En onzichtbare worstelingen zijn vaak de eenzaamste.

Die eenzaamheid werd groter toen mijn omgeving gewend raakte aan de situatie. In het ziekenhuis en de revalidatiekliniek was alles nieuw; mensen kwamen langs en moedigden me aan. Maar na verloop van tijd werd ik onderdeel van de achtergrond, van de status quo. Gezichten verdwenen langzaam uit mijn leven. Een kleine kring van vrienden en familie bleef, maar veel collega’s en studiegenoten zag ik nooit meer terug.

Toch heb ik in die stilte iets geleerd. Dat herstel niet betekent teruggaan naar wie je was, maar leren leven met wie je nu bent. Dat kracht niet altijd zichtbaar hoeft te zijn om echt te bestaan. En dat vooruitgang soms niet zit in sneller lopen of beter functioneren, maar in accepteren, aanpassen en toch blijven bewegen, hoe moeizaam dat soms ook gaat.

Vandaag draag ik littekens die niemand ziet. Maar ik draag ze met trots. Ze herinneren mij eraan dat ik ben gevallen, maar ook dat ik ben opgestaan. Niet als dezelfde persoon, maar als iemand die weet hoe breekbaar het leven is, en juist daarom hoe kostbaar. En elke stap die ik nu zet, hoe klein ook, is een overwinning. Niet ondanks wat er gebeurd is, maar dankzij.