Maurice (2006)

Al op mijn 13e kwam ik erachter dat ik als jongen op andere jongens viel. Toen wist ik er nog niet veel vanaf, en dacht dat het “raar” was. Ik ben namelijk als christen opgevoed, dus ik heb er heel lang mee gezeten en getwijfeld over mijn identiteit. In mijn hoofd kon ik niet homo en christen tegelijkertijd zijn.

Ik heb geleerd dat die combinatie niet altijd gewaardeerd wordt door iedereen. Dit heeft mij een sombere tijd gegeven, waarin ik heel onzeker was, niet alleen over wie ik ben, maar ook over hoe ik er uit zie. Toen wist ik het nog niet, maar later kwam ik erachter dat die gedachte niet gezond is, vooral niet voor een 13-jarige.

Ik heb mezelf echt kunnen accepteren door mijn omgeving. Toen ik uit de kast kwam voor mijn vrienden en familie, werd ik met open armen geaccepteerd. Huilend op de bank, naast mijn ouders, en “super casual” in de klas met mijn vrienden. Beide gaven mij hetzelfde gevoel: “Ik word geaccepteerd zoals ik ben, mijn seksuele geaardheid verandert niet hoe mijn vrienden en familie naar mij kijken.”

Tegenwoordig ben ik nog steeds voorzichtig met wie ik mijn seksuele geaardheid deel, maar ik sta er wel steviger in dan vijf jaar geleden. Wanneer ik een nieuw persoon vertel dat ik op mannen val als christen zijnde, gaat er toch een spanning door mij heen, maar dat is normaal.

Nu ben ik een trotse homo man, die ook gelooft in God.

Een beter leven had ik niet kunnen hebben.