
In de luwte van licht
mijn schaduw is moe
ze flikkert zachtjes
naast me op de muur
het licht laat haar beven
haar handen gestild
alsof ze trillerig te veel is
we blijven stil
omdat de zachtste zuchten
haar uit doen rekken
toch wend ik
en observeer rustig
hoe ze van me wegdraait
Ongeveer tien jaar geleden zat ik voor het eerst in de klas terwijl mijn spieren moe werden. Het optillen van mijn pen werd moeilijker en mijn normaal nette handschrift veranderde in een doorlopende brei van lussen. Ik zou je de dag niet kunnen aanwijzen waarop frequente verkoudheid en vermoeidheid veranderden in beperkende pijn en uitputting.
Rond mijn 15e veranderde mijn “kindermigraine”, die maar zelden opspeelde, in migraine waardoor ik binnen een paar maanden meerdere dagen per week op bed lag. Tegelijkertijd kreeg ik pijn in mijn spieren en begon ik steeds vermoeider te raken. De vermoeidheid begon met lastig uit bed komen en sneller moe in de klas, minder meedoen met sporten en uiteindelijk, zo’n tien jaar later, lig ik vaker op bed dan dat ik op ben.
Ik kan me herinneren dat er eerst vrij veel paniek was: ik kon immers opeens geen waterflesjes meer opendraaien en binnen enkele seconden leek al mijn energie uit mijn lichaam te zijn verdwenen. Van de huisarts werd ik dan ook snel doorverwezen naar de kinderarts en begonnen de onderzoeken. En hoewel ik elk jaar zieker werd, groeide de stapel met onderzoeken waar niets uitkwam. Ook nu, is er nog niet duidelijk wat er aan de hand is.
Zowel nu als in de periode dat ik nog studeerde, ben ik op zoek gegaan naar dingen die ik leuk vind en die haalbaar zijn. Ik heb altijd al veel hobby’s gehad, maar sinds ik steeds meer thuis ben door mijn klachten, zijn die activiteiten verveelvoudigd en ook belangrijker geworden. Ik schilder niet alleen meer om iets moois te maken, oefen niet alleen op mijn gitaar om andermans muziek te spelen en schrijf niet alleen over externe observaties. Het zijn vormen geworden om mijn eigen ervaringen tastbaar te maken.
Schrijven, en vooral dichten, bleek een prettige manier om met mijn gevoelens, pijn en ervaring om te gaan. Om ze te observeren, te belichten en buiten mijn lichaam te plaatsen. Veel van wat bij ziek zijn komt kijken is erg abstract. Woorden die pijn omschrijven kunnen maar zoveel, en zonder diagnose is connectie vinden met goede hulp en iedereen om me heen soms moeilijk. Zelfs mezelf begrijpen is moeilijk, omdat ik ook niet weet wat er precies aan de hand is. Een deel van die verbinding komt met dichten. Ik creëer voor mezelf een moment waarop ik heel aandachtig observeer. En vervolgens vervorm ik taal om al die observaties, kronkelingen en onzekerheden, taal te kunnen geven. Woorden om uit te leggen maar vooral om te laten ervaren, om er te zijn.
Dat is ook hoe ik dit gedicht schreef. Een zachte observatie naar hoe het is om zo moe te zijn dat zelfs iets wat niet leeft, niet helemaal bij je hoort, toch ook vermoeid kan zijn. En hoe het is om dat te observeren. De schaduw wordt een zichtbaar beeld van de innerlijke vermoeidheid. Daarmee gebeurt in het gedicht iets wat ik vaak merk als ik terugkijk naar mijn gedichten: de lyrische ik is zachtjes, stil, bekommerend om de schaduw, wellicht meer dan als ze enkel naar haarzelf had gekeken. Dichten maakt me liever naar mezelf, het laat me mezelf zachtjes vasthouden.