
In de zomer van 2023 kreeg ik de diagnose Borderline persoonlijkheidsstoornis. Al kwam dit niet als onverwacht, toch schrok ik. Het stigma wat op Borderline ligt in onze samenleving is enorm, en is zeer negatief. “Borderliners” staan bekend als onvoorspelbare mensen die alleen maar ruzie zoeken, impulsief handelen en vooral erg moeilijk zijn om mee samen te leven. Daarnaast wordt gedacht dat iemand met deze diagnose nooit beter kan worden. Toen ik mijn diagnose kreeg, besloot ik twee dingen. Allereerst om zo beter mogelijk te worden, en ten tweede iets bij te dragen om deze stigmatisering tegen te gaan.
Wat Borderline voor mij inhoudt. Kort gezegd: Borderline is voor mij complex trauma was stamt uit een traumatische jeugd. Iets langer gezegd: samen met mijn vijf jaar oudere zus groeide ik op met een moeder met mentale klachten, en een deels afwezige vader. Mijn ouders waren al uit elkaar voordat ik werd geboren. Chaos was gebruikelijk bij ons thuis, het conflict tussen onze ouders eindeloos. Soms zagen we mijn vader plots maanden niet, omdat mijn moeder zich kwaad had gemaakt. Thuiskomen was altijd gevuld met angst, en hoe de sfeer was als ik thuiskwam was nooit duidelijk. Van geborgenheid, ons verhaal kwijt kunnen, of ons echt veilig voelen, kwam niet veel terecht. De problemen werden verklaard door mijn moeder met dat juist ik als kind gek was, en de wereld niet begreep. Toen zij op mijn 16e voor mijn neus voor diefstal werd aangehouden, viel het kwartje. Was ik echt het probleem, of was de wereld waarin ik was opgegroeid eigenlijk zo slecht nog niet, maar was het vooral mijn thuissituatie. Maar tegen die leeftijd was een deel van het kwaad al geschied.
Borderline wordt gekenmerkt door verschillende symptomen zoals verlatingsangst, impulsiviteit , suïcidaliteit, en een gebrekkige emotieregulatie. Voor mij, al heb ik een aantal van deze symptomen, was het daarnaast nog wat anders. Het was alsof ik in een wereld leefde waarin er tussen mij en de buitenwereld, een waas was dat mijn echte ik ervan belette te communiceren met andere mensen. Wat ik echt voelde kon ik niet overbrengen. Dit kwam vaak vervormd uit het waas naar voren, en vice versa. Wat andere mensen aan mij probeerden over te brengen kwam vaak versterkt, negatiever, en vaak aanvallend over. Mijn reactie was dan ook vaak erg kwaad worden, want dit was de manier waarop mijn systeem zich heeft leren verdedigen. Zelfs mijn allerliefste vrienden konden dingen zeggen waardoor mijn vertrouwen in hun liefde compleet wegviel en ik ineengestort en verdrietig achterbleef.
Na mijn diagnose viel ik uit van werk en ging ik intensief in therapie. Met veel liefde en aandacht gingen ik en mijn therapeuten aan de slag met het ontleden van al het trauma van mijn jeugd, en met trauma-oefeningen probeerden we verlaat de kleine Milena te geven wat haar zo was ontzegd. Want wat kinderen nodig hebben is geen chaos, maar zorgeloos kunnen spelen en zeker niet zorgen voor de behoeften van hun ouders. Langzaamaan begon het waas wat weg te trekken. Voorzichtig gluurde ik naar buiten, naar de wereld waarvan ik altijd had geloofd dat deze alleen maar kwaadheid en narigheid met zich meebracht. Maar wat ik daar zag was zo slecht nog niet. Voorzichtig aan begon ik mensen wat meer te vertrouwen. Echt te zitten met het verdriet van een gemiste jeugd, en gebrek aan familiesteun, en alles wat had kunnen zijn als ik wel de stabiliteit had kunnen ontwikkelen die zoveel mensen als vanzelfsprekendheid meekrijgen.
Dat het waas wegviel, en mijn zenuwstelsel kalmeerde, was een surrealistisch proces. Ik begon de wereld letterlijk anders te zien. De bomen hadden ineens meer detail, en ik kon ook beter opletten als ik gesprekken voerde met mensen. Het was hiervoor te beangstigend om in contact met mensen te zijn, en nu ineens ontstonden er openingen om echte connectie te maken.
Op het moment ben ik nog steeds in therapie, maar afbouwend. Echt weten welke richting ik opga, wat ik verder ga doen, weet ik nog niet. Wat ik wel weet, is dat de wereld zo’n slechte plek nog niet is, en er genoeg lieve en leuke mensen zijn. Ik begin mij steeds meer te voelen als in de één na laatste foto van deze collage, waar ik niet meer schuchter naar buiten kijk maar in volle vreugdesprong van het leven kan genieten. Soms kruip ik nog even terug mijn sok in, en lijkt het allemaal even eng als eerst, maar ook dat mag er zijn.
Met mijn verhaal hoop ik wat bewustzijn te creëren voor een gestigmatiseerde stoornis, waar vaak veel trauma en verdriet achter stamt. En dat met de juiste zorg en vooral kracht van mensen zelf, hier wel degelijk wat aan te doen is.